Blame your Shame, over schaamte en blokkeren

Een meerkoet zwemt weg in donker water waar de zon op reflecteert.

Engelse les

‘Bianca, begin jij maar met lezen.’

Even leek het alsof ik in een tijdsvacuüm gevangen zat, in een vastgelopen film. Mijn hart sloeg een paar slagen over en gaf daarna een harde bonk. Het suisde in mijn oren, mijn handen trilden en ik kreeg het warm en meteen daarna ijskoud. Achter me voelde ik hoe die ene jongen en zijn vriend alvast zaten te gniffelen. Ik begon te lezen en luisterde naar mijn eigen stem, dun en hees. En zoals altijd, hoorde ik hoe die jongen me zachtjes napraatte met een rare stem, ieder woord, elke fout die ik maakte. En natuurlijk gebeurde het ook nu: mijn hoofd liep vol met knikkers en mijn tong veranderde in een zeem. De klas werd rumoerig, mijn gezicht gloeide en ik had het gevoel dat ik moest overgeven, terwijl mijn gedachten zich herhaalden: ik kan het niet, ik kan het niet.

De stem van de schaamte

‘Zou jij me willen helpen met mijn Engelse huiswerk?’ vroeg een buitenlandse orkestgenoot me jaren later in een aandoenlijk gebroken Engels. Ze sloeg haar boek open en wees erin: ‘Hoe spreek je dit uit?’

Waarom vroeg ze het in hemelsnaam aan mij? Ik keek om me heen, maar gelukkig lette er niemand op ons. En het was hier trouwens niet zoals in mijn klas op de middelbare school, al voelde dat wel zo. Het voelde altijd nog zo.

Na de pauze tikte een altviolist me aan: ‘Als jij vwo hebt gedaan, moet je je echt diep schamen voor je Engels.’ Meteen hoorde ik weer die stem, die rare zachte stem vlak achter me die alles wat ik dacht of zei nadeed.

Die stem had gelijk: ik zou het nooit leren. En ik moest me diep, diep schamen.

Exposure therapie

Tijdens en na mijn studie ontmoette ik mensen met wie ik Engels moest spreken en reisde ik naar landen waar Engels de voertaal is. Ook vandaag de dag ga ik regelmatig om met mensen met wie ik Engels spreek. Zo vorm ik een duo met een pianiste, met wie ik voornamelijk in het Engels communiceer. De angst en de pijn zitten er nog, maar ik doe het. Ik heb het nu immers al zo vaak gedaan, dwars door mijn schaamte heen. Het is eigenlijk een doorlopende confrontatie therapie, die wel enige routine geeft in het leren omgaan met de schaamte, of eigenlijk het onderdrukken ervan, maar die de angel er nooit helemaal uit haalt.

Een paar jaar geleden hadden mijn pianiste en ik een concert, waarbij we ook iets vertelden over ons programma en vragen vanuit het publiek beantwoordden. Na het concert kwam er een vrouw naar me toe. Ze was Amerikaanse en had ‘not a single word’ begrepen van wat ik had verteld, maar ze vond het concert geweldig en was reuze benieuwd: of ik haar soms kort kon bijpraten? Het overviel me en ik was al licht overprikkeld geraakt door het concert. Het gesprek begon goed, maar al snel raakte ik onzeker. Het was niet goed genoeg, niet foutloos, niet voldoende vloeiend. Weer kwam die stem binnenin mij: je moest je diep, diep schamen.

Ik kon niet meer, ik kon echt niet meer.

Schaamte

Schaamte is volgens wikipedia een sterke negatieve emotie ten aanzien van hoe andere mensen jouw gedrag beoordelen of hoe je het zelf beoordeelt. Op zich is het geen verkeerde emotie als het je helpt om rekening te houden met de belangen van anderen, maar schaamte is wel slopend als je er teveel van hebt. Schaamte ontstaan door fysieke of emotionele mishandeling in het verleden, bijvoorbeeld doordat je op school vaak gepest werd, kan je zelfs levenslang in zijn greep houden.

God wil je bemoedigen en enthousiast maken voor zijn plan met jou, maar schaamte voor wie je bent en wat je kunt, dooft juist alle enthousiasme en moed in je uit.  Lees maar wat er gebeurde toen Adam en Eva zich schaamden. Ze verborgen zich voor God en durfden niet meer naar Hem toe te komen. (Gen.3:8).

Schaamte is gif voor jouw verbondenheid met God en daarom moet je ervan af.

Blame your shame

Blame and Shame zijn toxic twins, een giftig tweetal. Ze werken samen: iets of iemand geeft jou het gevoel dat je niet voldoet en dat het bovendien jouw schuld is (blame). En daardoor ga jij je schamen. Die schaamte kan vanbinnen vast gaan zitten en je gezondheid, je emoties en je gedachten verpesten. Zulk soort schaamte levert je niets op. Het biedt geen veiligheid en je komt er ook niet sterker uit.

Wat hiertegen kan helpen is om heel bewust van een afstand naar je schaamte te leren kijken en die te analyseren. Klopt het eigenlijk wel dat je faalt, dat het  jouw schuld is en dat er niets aan te doen is? Als je de uitkomst van deze vragen weet, als je de feiten kent en begrijpt, kun je ervoor kiezen om anders naar jezelf te kijken. En dan komt er plaats voor andere emoties dan die ontmoedigende schaamte, bijvoorbeeld voor verdriet of boosheid. Dat zijn emoties die ook niet leuk zijn, maar die je wel kunt gebruiken om iets aan je situatie te veranderen of om voor jezelf op te komen.

Niet jouw tekortschieten is wat je blokkeert, maar je schaamte.

Mijn eerste stappen

Ik heb mijn eigen schaamte maar eens ontleed. Zo vroeg ik me af, wanneer mijn Engels in mijn eigen ogen dan wel zou voldoen. De conclusie was dat ik me pas echt veilig zou voelen, als er nooit iemand in mijn buurt zou komen die beter Engels spreekt dan ik. Een volkomen onbereikbare lathoogte! Geen wonder dat het maar niet lukt.

Nu heb ik mijn doel bijgesteld naar ‘me meestal comfortabel voelen in het Engels’. En voor dat doel is mijn Engels op zich goed genoeg, want er zijn al zat momenten geweest waarop ik me redelijk oké voelde in een gesprek.

Blijft alleen de noodzaak over om te oefenen met ‘blame the shame.’ Gewoon veel doen, dacht ik. Ik ben daarom allemaal boeken en artikelen in het Engels gaan lezen over allerlei onderwerpen die me interesseren. Steeds als ik een woord of uitdrukking of de juiste uitspraak ervan niet ken en ik voel schaamte opkomen, dan probeer ik dat te zien als een kans om er anders tegenaan te leren kijken. Dan zoek ik het woord op, maar dat mag alleen als ik er zin in heb, niet omdat ik mezelf anders niet leuk meer vind.

Goddelijke humor

Nog maar een paar weken was ik bezig met mijn blame your shame project, toen ik werd gevraagd om instant iemands getuigenis te vertalen van het Spaans naar het Nederlands. Dat zou gebeuren tijdens een kerkdienst, die vanwege corona werd gefilmd om live online uit te zenden. Ik vond het goed. Ik was de laatste tijd wel minder bezig met Spaans, maar bijna niemand anders spreekt die taal, dus ik zou me toch niet op mijn vingers gekeken voelen.

Toen we allebei op het podium stonden en ik volgzaam zijn eerste woorden vertaalde, dacht ik in eerste instantie dat het een grap was. De jongeman deed zijn verhaal namelijk in het …ENGELS!!! De camera was gericht op mij en tegenover me, op de voorste rij stoelen, zat een uit Canada geëmigreerde broeder me recht in het gezicht te kijken. Hij knikte goedkeurend bij elke zin.

Een complot? Nee, dat was al te belachelijk.

‘Wat heb je dat toch keurig uit het Spaans vertaald, schat, ’ zei mijn man die thuis de dienst had gevolgd. Eerst wilde ik hem slaan. In plaats daarvan keek ik omhoog naar de onzichtbare hemel en dacht:

‘Was that You, Lord?’

 ‘Daarom schaamt God zich er niet voor hun God genoemd te worden en heeft Hij voor hen een stad gereedgemaakt.’ – Hebreeën 11:16b

‘If you stumble, make it part of the dance – author unknown

Like en deel dit op facebook:-)

Laatbloeiers bloeien het mooist

Mijn kind is er niet bij

Ik loop van school naar huis. Het miezert, maar het is niet erg. Het voelt lekker fris en het is net niet genoeg om echt nat te worden op dat korte stukje. Ik hoor mijn naam en kijk verbaasd om. Achter me loopt een medemoeder. Ze kijkt neutraal. Of kijkt ze ernstig, belangstellend, of misschien zelfs blij? Mijn twijfel voelt niet goed en daarom kijk ik naar de stoeptegels tot ze naast me loopt.

Het gaat om een kinderpartijtje. Er is een hele zwerm kinderen van de klas uitgenodigd, maar mijn kind is er niet bij. Omdat ze eraan twijfelen of hij het zou trekken met zijn autisme en of ze hem dan wel de aandacht kunnen geven die hij nodig heeft.

Ik snap het

Ik snap de lastige positie van die moeder en haar bezwaarde gevoelens. Je kunt voor een kinderpartijtje onmogelijk elk kind uitnodigen waar jou kind ooit mee heeft gespeeld, dus je zult keuzes moeten maken. Hoe, daar heb ik ook geen antwoord op. Deze moeder neemt tenminste de moeite om het aan me uit te leggen, houd ik mezelf voor. Dus stel ik haar gerust: ik begrijp het wel.

Misschien valt het mee, peins ik verder als ik weer alleen ben. Misschien is hij te autistisch om zich af te vragen waarom hij niet is uitgenodigd en die andere kinderen wel. De vorige schooljaren had hij zoiets ook nooit door. Toch bel ik thuis meteen mijn schoonouders. Zij zouden hem vandaag van school ophalen, maar ik doe het nu toch maar liever zelf, voor de zekerheid.

Confronterend

Aan de keukentafel denk ik er verder over na. Met alle zaligsprekingen ter wereld kan ik er niet langer omheen: dat mijn kind niet op alle verjaardagspartijtjes van vriendjes welkom is, is niet alleen maar een kwestie van aantallen. En het kan ook niet meer afgeschoven worden op een leeftijdsverschil van een paar maanden.

Het is omdat hij autisme heeft. Dit zinnetje dreunt een paar keer door mijn gedachten en dan pas voel ik de pijn.

Different, not less

Overal vertel ik dat autisme anders is, niet minder. En dat meen ik recht uit mijn hart. Ik zou niet eens willen dat mijn kinderen waren zoals de meeste andere kinderen, want ik vind hun sterke eigenschappen van onschatbare waarde.

En dat zijn veel mensen gelukkig met me eens. Different, not less.

Uitzonderingspositie

Waar mensen misschien minder bij stilstaan is dat het voorval van vandaag bovenop een heleboel andere dingen komt, die me stuk voor stuk in mijn gezicht duwen wat het hebben van autisme in de praktijk betekent.

Laten we voorop stellen dat ik dankbaar ben voor die mensen die begrip tonen en meedenken. Zij maken het mijn kinderen mogelijk om een relatief veilige kindertijd te beleven in een niet-autistische omgeving. Toch voelt het nog altijd een beetje als een handicap als het vanwege hun autisme regelmatig nodig is om te vragen om een aparte behandeling, zoals bijvoorbeeld een uitzondering op de strikte coronaregel om buiten te blijven tijdens de zwemles. Het is geen ramp, maar wel confronterend om te moeten uitleggen. Ik vertel liever over de sterke en leuke kanten van onze kinderen, zeker aan vreemden.

En soms sluiten andere mensen je direct of indirect ergens van uit, omdat ze het om allerlei legitieme redenen niet zien zitten om rekening te houden met jou of je kind, zoals vandaag. En dat doet pijn, hoe begrijpelijk ook.

Of ligt het aan mij dat ik het zo voel?

Het is toch logisch dat mensen niet altijd rekening met ons kunnen houden?

Ik moet het niet zo zwaar opnemen. Ik moet het niet zo voelen.

Om lucht te geven aan mijn hoofd loop ik naar buiten. Door de inmiddels stromende regen heen voel ik mijn lauwwarme tranen. Hoe zal mijn kind zich in de toekomst ontwikkelen? Zal hij er veel verdriet van gaan hebben?

Achterin de tuin zie ik dat mijn exotische passiebloem toch nog besloten heeft om te gaan bloeien, aan het begin van een grijze najaarsdag nog wel. Het is schitterend, adembenemend bijzonder, nog mooier dan toen hij hartje zomer bloeide.

Want in de kunstig gevormde paarsblauw-met-witte bloem zie ik een knipoog van boven:

Laatbloeiers bloeien het mooist.

Like en deel dit op facebook:-)

Zorgeloos stressen

Bezig, bezig, bezig

Verdwaalstress

Precies op tijd plonst hij het water in, bij de andere vijf kinderen, en meteen begint de les. Dat heb ik toch maar mooi voor elkaar, nadat ik eerst verkeerd ben gereden en vervolgens, op zoek naar een stopplek om een nieuwe route te kunnen zoeken, vast kwam te zitten op een industrieterrein vol verbodsborden en doodlopende straten.

Verdwalen is een vaardigheid, moet je weten. Echt iets waar je retegoed in kunt worden als je het maar vaak genoeg doet. Met al mijn ervaring heb ik geleerd om nauwkeurig in te schatten hoeveel verkeerde afslagen er tussen A en B liggen en hoeveel kans ik dus nog heb om op tijd te komen bij zo- en zoveel fouten. De uitvoering geeft alsnog een adrenalinekick waar je koffie van kunt zetten, maar vandaag is dat tenminste niet voor niets geweest.

Op de terugweg vraagt zoonlief wanneer hij eigenlijk mag trakteren op school voor zijn verjaardag en wanneer dan zijn kinderfeestje is. O ja, dat moet inderdaad ook nog geregeld worden. Wanneer? Hoe? En al piekerend ontdek ik dat ik alwéér ergens heen ben gereden waar ik niets herken.

Onderhuidse stress

Wie mij kent, weet dat ik vaker moeite heb om de juiste route te vinden. Maar als ik gedurende langere tijd teveel aan mijn hoofd heb, wordt het erger. Dan ga ik ook verkeerd op routes die ik al meerdere keren probleemloos heb gereden, soms zelfs in mijn eigen dorp.

Ik noem dat onderhuidse stress. Dat is stress die onder de oppervlakte aanwezig blijft en niet wegspoelt met een hete douche. Ik word er als het ware ‘autistischer’ door, vooral wat betreft mijn minder sterke kanten.

Waar ik het dan zo druk mee heb?

In mijn agenda is het niet zo vol, maar in mijn hoofd wel. Mijn allereerste boek is namelijk pasgeleden uitgekomen. En een boek uitbrengen lijkt in bepaalde opzichten op een zwangerschap. Het gebeurt maandenlang in het verborgene en dan ineens is daar de voltooide pennenvrucht. Plotseling komen er verbijsterend veel nieuwe dingen op me af: interviews, artikelen, krant, radio, tv, administratie bijhouden. Het is gaaf, het is geweldig, het is meer dan ik ooit had verwacht of gehoopt. Maar het mist zijn uitwerking op mijn zenuwgestel niet.

De portemonnee

Een vol hoofd werkt gelukkig nog steeds, ook als je autisme hebt, mits het niet uitmondt in totale overprikkeling. Tot een bepaald niveau kun je bijvoorbeeld best nog wel even een boodschapje doen. Maar let op: dan moet je wel extra goed op je spullen letten, want een vol hoofd focust zich het liefst op maar één ding en de andere dingen ontsnappen dan wel eens aan de aandacht.

Zoals mijn portemonnee. Ik ging naar de supermarkt, gooide een uit mijn hoofd gerepeteerd lijstje aan spullen in mijn kar, wilde afrekenen en… portemonnee weg!!!

‘Ik zou me niet te druk maken,’ reageerde mijn man toen ik hem op zijn werk belde. Niet druk maken? En al die pasjes dan? Mismoedig blokkeerde ik mijn bankpassen. Wat zat er eigenlijk allemaal nog meer in? rijbewijs, identiteitskaarten…Mijn hoofd bonkte en kraakte en ik herhaalde de woorden van mijn man in mijn hoofd. Ergens had ik het gevoel dat dit maar een test was en dat het goed zou komen. In de middag kwam inderdaad het verlossende telefoontje en kon ik mijn portemonnee ophalen. Alles zat er nog in, precies zoals het was voor ik hem verloor. Man had gelijk gehad.

My Child, you worry too much

De zondag erop gingen we naar de kerk. Ik droeg een zomerse broek en geen jas, want het was lekker weer. De broek had geen zakken, dus legde ik mijn sleutelbos even op het dak van de auto om onze wederspannige jongste in de gordel te snoeren.

De preek van die dag ging over dat we moeten leren vertrouwen op de Heer. De spreker had een quote die ik mooi vond en die ik gretig noteerde in mijn opschrijfboekje: My child, you worry too much: I’ve got this, remember? Vooral dat ‘remember’ vond ik betekenisvol. Inderdaad kon ik me moeilijke situaties herinneren waar ik vreselijk over had ingezeten en die uiteindelijk toch goed waren gekomen. Niet altijd zoals ik zelf had gedacht, maar toch. En vaak werd het zelfs beter.

Uit de kerk liepen we terug naar de auto. Mijn man wees op het dak en zei: ‘Je ben zeker wel goed in vorm de laatste tijd?’ Bovenop het dak lagen mijn sleutels te glinsteren in de zon.

Even leek het alsof ik een knipoog kreeg van God: I’ve got this, remember?

Nastress

En nu is mijn boek een feit. En ook de boekpresentatie waar ik zo zenuwachtig voor was is voorbij. Sommige mensen hebben het boek in één keer uitgelezen en de positieve reacties stromen binnen. Je zou denken dat de druk er dan wel vanaf is, maar in mijn hoofd duurt dat soms een paar dagen. Dat noem ik nastress. Ook dan moet ik nog steeds oppassen dat ik geen dingen vergeet. Maar het is niet erg, want ik heb geleerd dat ik een achtervanger in de hemel heb die zijn beschermengelen rondom me bevolen heeft.

Koffiespetters

We zijn weer in de kerk. De dienst is afgelopen en mensen willen met me praten over mijn boek en sommigen willen er een kopen. Ik heb de doos op de grond gezet, tegen een groot houten zitblok aan, en probeer koffie te drinken. Dat kan ik niet tegelijk met andere dingen, dus de koffie gaat om zodra ik weer in gesprek raak met iemand. Ik haal een doekje, veeg de ergste knoeierij weg en denk: de rest doe ik straks wel.

Ik haal nieuwe koffie en ga verder met praten en verkopen. En opnieuw gaat de koffie om, nu gelukkig maar een beetje. Ik haal toch weer nieuwe, want het restant is ondertussen koud geworden.

Als ik terugkom bij de doos met boeken, zie ik hoe mijn man aan het dweilen is. Onder het zitblok uit loopt een bruin riviertje, dat zich verspreidt over het vlekjeslandschap van de linoleum vloer. Wat veel! denk ik.

En dan pas zie ik dat alles onder koffiespetters zit. Dat wil zeggen: alles, behalve de boeken.

I’ve got this, remember?

Langzaam komt mijn hoofd tot rust

Ik mediteer en ik schrijf mijn hoofd tot rust. Ik zeg zoveel mogelijk nee tegen dingen waarvoor ik onder de mensen moet zijn. Zo probeer ik te herstellen. Pas als ik weer de hele nacht door kan slapen, geen knoop meer in mijn buik voel en als alle mist in mijn hoofd is opgetrokken, dan is het goed. Maar voor die tijd is het ook goed, want dan houdt God een hand boven mijn hoofd. Ik voel het! Alles is onder controle.

Op een dag sta ik in het zonnetje bij het schoolplein te wachten tot mijn kind naar buiten komt. In de zalige warmte denk ik: het gaat al beter met me. Tevreden leun ik achterover tegen het hek. Wanneer zal ik dat kinderfeestje van mijn jongste eens gaan plannen?

Al peinzend kijk ik omlaag langs mijn jurk en ontdek dat ik hem al de hele dag achterstevoren aan heb.

Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat je nodig hebt en dank Hem in al je gebeden. Filipenzen 4:6

Like en deel dit op facebook:-)